Tentoonstelling Viktor & Rolf: fashion artists 25 years

by

Afgelopen zondag reisde ik af naar Rotterdam om daar in de Kunsthal de tentoonstelling “Viktor & Rolf: fashion artist 25 years” te bekijken, die overigens nog tot 30 september aanstaande te zien is. Tevens is tot die tijd de documentaire “Viktor & Rolf: Because We’re Worth It” online te bekijken. Hieronder een kleine selectie van mijn favorieten:

Bedtime Story Collection, ready-to-wear herfst/winter 2005 – 2006

Dezelfde jurk als hierboven, maar dan in miniatuur op een speciaal voor deze tentoonstelling gemaakte pop die precies op het model lijkt die het kledingstuk oorspronkelijk geshowd heeft. Door de tentoonstellingsruimte heen stonden meerdere van deze kunstwerkjes.

Russian Doll Collection, haute couture herfst/winter 1999 – 2000. Alle kledingstukken die je hier ziet, werden over elkaar heen gedragen door model Maggie Rizer. Voor wie zich afvraagt hoe dat eruit ziet, is hier een 16 minuten video van de hele show.

Russian Doll Collection, vierde en vijfde preparaat.

Russian Doll Collection. zesde preparaat.

Russian Doll Collection, close up van het zevende preparaat.

Le Parfum, 1996. Het eerste, geurloze en bovendien niet te openen parfum.

Hyères Collectie.

Red Carpet Dressing Collection, haute couture herfst/winter 2014 – 2015. Gemaakt van, juist, echt red carpet.

Vagabonds Collection haute couture, herfst/winter 2016 -2017.

Vagabonds Collection haute couture, herfst/winter 2016 -2017.

Mocht je in de gelegenheid en/of buurt zijn, bezoek dan zeker deze tentoonstelling. En ja, het getekende behang dat u ziet is inderdaad te koop in de giftshop: 29,95 euro per vierkante meter.

Falen 2.0

by

De laatste tijd valt het me steeds meer op: falen is hip. Waar je vroeger om écht succesvol te zijn, in een rechte lijn faal-loos naar de top moest komen, is er tegenwoordig veel aandacht voor mislukkingen. Artikelen die je aansporen to “Free your failures” en to “Fail better”, professoren die hun “Failure CV” plaatsen, en hier in Amsterdam werd vorig jaar zelfs een heuse “Fuck up night” georganiseerd.

In het begin vond ik dit verfrissend: eindelijk eens mensen die durven toe te geven dat niet altijd alles van een leien dakje loopt en die bewijzen dat een mislukking niet meteen het einde van alles betekent. Het verlichtte de druk een beetje in tijden van “alles moet & moet goed”-denken. Maar nu deze trend zich voortzet, krijg ik er hoe langer hoe meer een onprettig gevoel bij.

Want waar het in eerste instantie nog een oprechte poging leek om mensen gerust te stellen en te bemoedigen, lijkt het hoe langer hoe meer te verworden tot “Kijk mij eens falen!”. Er is een sfeer ontstaan waarin succesvolle mensen elkaar proberen af te troeven met faalverhalen die eigenlijk nauwelijks een “faal” te noemen zijn, hooguit een kleine tot middelgrote tegenslag.

“Falen 2.0” is blijkbaar alleen weggelegd voor een bepaald soort mensen. Het type mens voor wie de gevolgen van hun mislukkingen relatief beperkt zijn: zaken als voor 50.000 euro het schip in gaan, eindigen in dit soort verhalen nooit tot bijstand, rotbaantjes, schuldsanering en jarenlang afbetalen. Nee, deze mensen beginnen gewoon een nieuwe startup, want geld en vriendjes.

En de mensen die volkomen kapot waren van het feit dat ze niet aangenomen werden voor hun droom Phd, vertellen dat altijd jaren later, nadat ze ergens professor zijn geworden. Je hoort nooit van de “mislukte” Phd kandidaat die nu vechtend tegen depressies bij de Cool Cat in het magazijn werkt. Dat is namelijk te veel faal. Want net als met authenticiteit en “jezelf zijn” is er ook een grens aan hoeveel “faal” mensen nog acceptabel vinden. En er moet natuurlijk wel succes op volgen, want van teveel mislukking worden we nerveus.

Falen 2.0 is een noodzakelijke, “humbling” stap in een verder van a tot z succesvol leven. Iets wat je iets leert over jezelf en waar je beter en sterker uitkomt, waarna je dit succesverhaal met de wereld deelt onder het mom “Het is mij gelukt, dus jij kan het ook!” Er wordt hierbij geen enkele rekening gehouden met het geprivilegieerde startpunt van de faler.

Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat het super pijnlijk is als je franchise failliet gaat, of je academische carrière plots stagneert. En zeker als het je tot dan toe je hele leven meegezeten heeft, zullen deze tegenslagen enorm voelen. Maar door je tegenslag te presenteren als een louterende stap in een succesproces, met een “opbeurende” call to action, promoot je in feite op een nieuwe manier het principe van ultieme maakbaarheid.

Want behalve dat er geen enkele erkenning is van het feit dat er tussen een tegenslag en falen een wereld van verschil zit, en dat zelfs tegenslag voor de ene persoon veel grotere gevolgen heeft dan voor de andere, is er ook geen enkele acceptatie voor mensen die hun “faal” niet te boven kunnen komen.

Die het niet lukt om (weer) succesvol te worden, omdat ze niet de resources hebben: gezondheid (fysiek en/of mentaal), intelligentie, geld, kennissen, netwerk/connecties. Of voor wie de mislukking komt na een lange, moeizame weg. Die moegestreden zijn. Daar willen en kunnen we niets mee, die vermijden we het liefst. Er is weinig compassie voor ze, en veel victim blaming: “Gewoon schouders eronder!/Bootstraps!/Je kunt alles als je maar wil!” Zonder rekening te houden met hun realiteit.

De huidige acceptatie van falen is dan ook een valse acceptatie. Feitelijk is de ene status quo ingeruild voor de andere: waar je vroeger in een rechte weg naar de top moest, moet je tegenwoordig op weg naar succes ook een goede mislukking gehad hebben, er bovenop gekomen zijn, én dit perfecte faalverhaal delen als blijk van je persoonlijke groei en relatability, wat je weer #inspirational maakt.

Blijf je na je struikeling echter liggen, dan ben je nog steeds gewoon een old school loser.