Waarom ik niet meer in een schrijfcommunity wil

by

Laatst vroeg iemand mij: “Goh, jij schrijft toch? Zit je ook in een schrijfgroep?” Altijd overal op voorbereid was mijn sociaal wenselijke antwoord: “Nee, op het moment niet, later misschien wel weer”, maar wat ik echt dacht was: “With God as my witness, I’ll never go schrijfgroep again!” Want waar ik met enige regelmaat (vooral op het internet, vooral buiten Nederland) mensen met supportive writing community’s zie, zijn schrijfgroepjes in mijn ervaring een beerput van extreem vermoeiend intermenselijk gezeik. Echt, zelden is “L’enfer, c’est les autres” zó op mijn leven van toepassing geweest als tijdens de schrijfgroepjes waar ik ooit deel van uitmaakte – de enkele positieve uitzonderingen uiteraard daargelaten.

Meestal ontstond zo’n schrijfgroep omdat een min of meer (sommigen min, anderen meer) gemotiveerd groepje mensen die wel eens wat schrijven, besloot samen te komen. De eerste bijeenkomst verliep zonder uitzondering goed, en iedereen verliet vol enthousiasme en met een schrijfopdracht het pand. En daarna volgde er onherroepelijk één van de volgende twee scenario’s:

1) in de dagen voor de tweede bijeenkomst regende het afmeldingen – de ene reden nog creatiever dan de andere. Er wordt nog een poging gedaan om deze afspraak te verzetten, maar na een boel gesoebat en ge-“de schoonmoeder van mijn kat is dan jarig” kwam het er dan nooit meer van. Einde groepje, probeer het later nog eens;

of

2) met wat duw- en trekwerk suddert het hele gebeuren een poosje door, zonder echt van de grond te komen. De “serieuze” mensen kiezen eieren voor hun geld en verlaten het zinkende schip, de dode paarden (lees: mensen die zeggen dingen te willen en enthousiast lijken, maar als het puntje bij paaltje komt, niets doen) en de dode paarden-trekkers blijven achter. Het is dan afhankelijk van het uithoudingsvermogen van de dode paarden-trekkers hoe lang zo’n groep nog blijft doorsukkelen, en zeker als mensen jong en/of idealistisch zijn, kan dat nog best lang duren.

Na mislukte community nummer zoveel realiseerde ik me dat elk van die groepen een bepaald aantal ontwrichtende types binnen de gelederen had:

De Regelneven: van die types die, hoewel ze geen deel (willen) uitmaken van de organisatie, wel continu proberen om – al dan niet op slinkse wijze – alles naar hun hand te zetten, terwijl niemand daar op zit te wachten. Uiteraard ontkennen ze hun gedrag in alle toonaarden zodra ze ermee geconfronteerd worden;

De Blaasbalgen: beschouwen zich als “Echte Schrijvers”, in tegenstelling tot alle andere mensen in de groep. Dat “Echte Schrijverschap” bestaat bij hun voornamelijk uit kaften laten ontwerpen voor trilogieën die nog niet geschreven zijn, speculeren over hoeveel ze aan de filmrechten gaan verdienen en op IMDB laten zien welke acteurs ze in welke rollen gaan laten casten. Hier hebben ze het zó druk mee, dat ze niet aan schrijven toekomen;

De Aasgieren, die een community slechts zien als een afzetmarkt en een plek om je te profileren. Ze tonen geen enkele interesse voor de mensen om zich heen, behalve voor de Blaasbalgen, waarvan ze denken dat die “beter” zijn dan zij en waarvan ze hopen dat die ze vooruit zullen helpen. Iedereen die geen Blaasbalg is, wordt, ongeacht wie ze zijn en wat ze doen, volautomatisch gedegradeerd tot “fan” en “publiek”. Ze verwachten wél dat iedereen hun niet-geedite woordenbrij aanschaft en aanwezig is bij elke envelop die ze openen, maar zullen zelf nooit eens een publicatie van een mede-groepslid aanschaffen, laat staan naar een voordracht gaan. Deze mensen zien een community als een nutsvoorziening: iets wat door anderen in stand gehouden wordt en waar zij dan af en toe, als ze weer eens wat te slijten hebben, weer bij aan kunnen haken. Om dan enorm verbaasd te zijn als ze erop gewezen worden dat dat zo niet werkt;

De types die om “ongezouten kritiek” vragen, maar bij de eerste vriendelijke constructieve opmerking al tegen het plafond slaan en beginnen te jammeren over de aantasting van hun artistic integrity. Tuurlijk joh, onbegrijpelijk non-sequitur gebrabbel in Dunglish, vol dubbele spaties, gebrekkige grammatica en bovendien wemelend van de spelfouten is heel artistiek. Dit resulteert meestal in geredder en geblauwhelm van de wat gevoeligere leden van de groep die begrijpelijkerwijs geen ruzie willen, waarna niemand meer enige kritiek durft te geven en de sfeer in de groep te snijden is omdat iedereen probeert De Artiest te ontzien;

De Hufters (m/v/anders: [vul in]) waar iedereen acuut collectief een hekel aan heeft, maar waar vreemd genoeg niemand ooit “Rot op!” tegen durft te zeggen;

En tot slot de Niet-Schrijvende Schrijvers: mensen uit deze groep zijn soms ook onderdeel van één van bovenstaande groepen, maar soms zijn het gewoon hele leuke, aardige, betrokken mensen. Die het nooit voor elkaar krijgen om een letter op papier te zetten. Wat op zich niet erg is, maar wel als je deelneemt aan een schrijfgroep, waar het de bedoeling is elkaars werk te lezen en van kritiek te voorzien.

Je hebt maar één van bovenstaande types in je groep nodig om je hele community om zeep te helpen, maar in alle mislukte schrijfgroepen waar ik ooit deel van uitmaakte zaten er minstens twee. Overigens vind ik het opvallend dat ik dit soort types vroeger in de danscommunity nooit ben tegengekomen: dansers hebben het blijkbaar te druk met dansen. En met hun eetstoornis. File under: dingen die geen grap zijn.

Zoals ik aan het begin al schreef: ze schijnen er wel te zijn, mensen die deel uitmaken van een gemekkerloze, goed functionerende, steunende schrijfgroep. En hoewel ik me na jaren en jaren miskleunen voorgenomen heb om er nooit meer aan te beginnen omdat ik de energie voor het continu opnieuw proberen en het omgaan met de blijkbaar onvermijdelijke teleurstelling en frustratie niet meer kan opbrengen, moet ik toegeven dat ik dan wel eens denk “Hoe kan het dat het hun wél lukt om een community te vormen?”

Is het überhaupt mogelijk een community zonder Blaasbalgen, Aasgieren, Regelneven, Talentloze-niet-tegen-kritiek-kunnende-“artistiekelingen”, Hufters, Niet-schrijvende schrijvers en “Mensen die te belazerd zijn om hun tekst hardop aan zichzelf voor te lezen en daarom gebroddel inleveren waar je als editor twee keer zo lang aan edit dan dat zij eraan geschreven hebben” te vormen?

Is het toeval, als in “de juiste mensen op de juiste plaats?” Hebben ze een ballotage en filteren ze dit soort ondermijnende types er gewoon uit? Ligt het gewoon aan mij, omdat ik vrij introvert ben en extreem resultaatgericht, waardoor ik nul geduld heb voor andermens’ nodeloze gezeik? Of komt het omdat andere mensen sowieso meer energie hebben, waardoor zelfs meerdere keren achter elkaar onsuccesvol proberen een groep op te starten niet ten koste gaat van de tijd en energie die ze in hun eigen werk kunnen steken? Of heb ik toevallig ontzettend veel pech gehad met de groepjes waar ik in terecht kwam? Is het iets typisch Nederlands? Want het valt me op dat de mensen met een (schijnbaar?) functionele community altijd Elders zitten, en niet hier in Nederland. Is dat toeval? Of is het allemaal gewoon weer een gevalletje Schijn gecombineerd met een gevalletje “het geregisseerde leven op het internet lijkt altijd charmant”, en heeft iedereen altijd en overal in meer of mindere mate gezeik met hun community?

Ik ben zeer benieuwd of iemand hier iets van herkent, of juist helemaal niet. Comments zijn zeer welkom in het reactievak, op Instagram (al dan niet via DM) of via email op info [at] featuredmag.nl.

***

Volgende week is het weer tijd voor een interview! Tot woensdag!