Interview met Daphne

by

Wie ben je en waarom?

Ik ben Daphne. Lezer, fröbelaar, diascanner, dagdromer en luisteraar. Omdat ik niet anders kan.

Zowel in je werk als in je privéleven ben je veel bezig met woorden, taal en boeken. Wanneer ben je daarmee begonnen en wat trek je erin aan?

Woorden zijn alles. Dat klinkt een beetje hoogdravend, maar zonder woorden kun je niet denken en niet communiceren. Hoe preciezer je bent in je taalgebruik, hoe duidelijker je boodschap overkomt. Wat natuurlijk ook weer niet betekent dat je jezelf enorm serieus moet nemen. Alles met mate.

Ik werd me pas bewust van de kracht van woorden toen ik op m’n vijfde leerde lezen. Hoe door letters achter elkaar te zetten, woorden ontstonden en dat je met die woorden ook weer zinnen kon maken. Dat anderen dat zó deden, dat ik ze kon lezen en dat er dan even een andere wereld ontstond. Een moment van stilte, waarbij je een moment niet in het ‘echt’ was. Heerlijk vond ik dat en nu nog steeds. Ik voel me ook enorm verbonden met anderen die lezen.

Ik zou me geen leven kunnen voorstellen waarin de leegte niet verbroken werd door woorden: geschreven, gesproken, gezongen. Zonder beschrijvingen kan ik me niet verplaatsen in anderen, en zonder Wikipedia kan ik sowieso niet leven.

Daarnaast ben je veel creatief bezig: bakken, crafts en diy. Is dat iets wat je van huis uit hebt meegekregen of heb je dat later zelf ontdekt? Heeft het creatief bezig zijn een bepaalde functie in je leven?

Fröbelen is iets wat iedereen in mijn familie doet. Nou zijn zij allemaal van de zogenaamde ‘soft crafts’ – dat wil zeggen dat ze met textiel in de weer gaan. Mijn oma had een spinnenwiel en gebruikte de wol die ze dan gesponnen had om grote vesten van te breien en haken. Volgens mij nog zonder patroon ook. Mijn moeder ‘prikt’ – kruissteekjes naar telvoorbeeld. Mijn zusje naait kleren voor haar kinderen.

Daar kan ik dus helemaal niks mee. Knippen, vouwen, scheuren, verven, modpodgen, krijten en dan nog wat woorden eroverheen rammen: dat is meer mijn ding. Want ook in de fröbel kan ik blijkbaar niet zonder woorden.

Ik haal uit het knutselen en bakken een hoop genoegen. Je kunt ook wel de hele dag televisie kijken, maar dan heb je aan het einde niets tastbaars over. Hoewel het ook weer niet om de productiewaarde gaat. Het is meer dat stilzitten lekkerder is als je ondertussen toch iets doet. Daarnaast helpt het ook een beetje rust in m’n hoofd te creëren. Hoewel ik namelijk bovengemiddeld veel van woorden houd, is het soms wel een beetje moeilijk als er nooit iets van kalmte heerst in je brein. Zeker als je er ontzettend goed in bent jezelf richting een paniekaanval te denken. Een ander vindt die rust bij het strijken of de badkamer poetsen, ik vind het als ik tot m’n ellebogen in brooddeeg sta, er een halve kilo glitter op m’n gezicht zit of wanneer er klei onder al m’n nagels zit.

Ook ben je sinds kort bezig met een groot digitaliseringproces van het fotoarchief van je familie. Hoe ben jij de familiearchivaris geworden en hoe bevalt die rol? Zou je ook wat willen vertellen over hoe je het praktisch aanpakt?

Zoals zo’n beetje alles in m’n leven ging ook dit weer per ongeluk: mijn oma kwam in december te overlijden en ik heb toen tegen mijn ouders gezegd dat ik de dia’s wel zou inscannen. Ik dacht dat ik wel een beetje een idee had van hoeveel werk dat zou zijn.

Nou… daar zat ik echt ontiegelijk naast. Er staan nu nog acht bananendozen vol dia-dozen in de woonkamer. In een dia-doos zitten twee sleetjes met dia’s – bij elkaar zo’n honderd als de doos vol zit – en dat zitten ze.

Ik moet me nog door ruim twaalfduizend dia’s werken – en dat houdt dus in dat ik er al flink wat heb bekeken. Gelukkig hoef ik niet alles in te scannen. Landschappen, watervallen, kerken, fonteinen, honden, bloemen, bomen, koeien, schapen, ganzen, stillevens, appels, kersen, tenten, auto’s, straatjes vol toeristen: die gaan linea recta in de kliko. Volgens de afvalscheidingswijzer mogen de dia’s (film en raampje) bij het restafval, de dia-dozen moeten bij de milieustraat worden ingeleverd en worden daarna verwerkt met ander plastic.

Ik bekijk eerst wat er in een sleetje zit met de Agfa Diamator, beslis of de dia gescand moet worden, mik de dia dan of in een pedaalemmerzak of een klaarstaand sleetje en doe dat tot het sleetje vol is. Met een stukje washitape geef ik aan uit welk jaar de dia’s komen en dan gaan twee sleetjes terug in een bananendoos.

Vier keer in de week besteed ik zo’n twee tot drie uur aan het project. Ik probeer af te wisselen tussen het scannen en de dia-triage. Met een beetje geluk kun je vijftig dia’s scannen in twee uur. Met meer geluk ben ik dan in de winter van 2022 wel klaar. Hoe deze rol van conservator me bevalt? I’ll let you know.

Wat zou je graag nog willen bereiken in je leven?

Behalve de dag dat ik mijn laatste dia inscan? Ik wil graag aan het einde mijn ogen tevreden dichtdoen. Weten dat ik ergens onderweg iets goeds heb gedaan – dat hoeft niets groots en meeslepends te zijn. Gewoon: het verschil. In positieve zin, dat dan weer wel.

En ik wil een hoorspel maken. Minstens net zo goed als ‘Bob‘. Dat is een beetje een droom die ik al bijna twintig jaar met me meesleep en waar ik nooit aan toe lijk te komen.

(Foto credit: Daphne)

Links:

Instagram

***

Volgende week een verslag over een workshop handlettering! Tot dan!